Perro ajeno
Sabroso
Vreemde hond
[Refrein]
Wie brood geeft aan een vreemde hond
verliest het brood en ook de hond,
ik had je niet moeten willen terwijl je van een ander was
want nu heb ik de pijn.
Er ging een maan voorbij, er gingen er twee
en ik wachtte tot je terugkwam,
jouw oorbellen in mijn lade
hebben twee lentes zien voorbijgaan.
Jij [jij, jij] en je vergat me jij [jij, jij]
je beloofde dat als je terugkwam
onze kussen geen geheimen zouden zijn.
Jij [jij, jij] en je vergat me jij [jij, jij]
je ging het met hem beëindigen
een reis zonder terugkeer en daarom
nee, nee, nee, ik wil zelfs je herinneringen niet meer.
[Refrein]
Wie brood geeft aan een vreemde hond
verliest het brood en ook de hond,
ik had je niet moeten willen terwijl je van een ander was
want nu heb ik de pijn.
Ik bewaarde bloemen in mijn vaas
en ze verwelkten van vermoeidheid,
wachttend op de gelegenheid
dat je op een dag mijn kamer binnenkwam.
Jij [jij, jij] en je vergat me jij [jij, jij]
je beloofde dat als je terugkwam
onze kussen geen geheimen zouden zijn.
Jij [jij, jij] en je vergat me jij [jij, jij]
je ging het met hem beëindigen
een reis zonder terugkeer en daarom
nee, nee, nee, ik wil zelfs je herinneringen niet meer.
[Refrein]
Wie brood geeft aan een vreemde hond
verliest het brood en ook de hond,
ik had je niet moeten willen terwijl je van een ander was
want nu heb ik de pijn.